Blog

Ella juni 2017

Na mijn vertrek naar de Achterhoek in 2014 ben ik opnieuw gaan nadenken over mijn toekomst als kunstenaar.Al heel lang voelde ik me ongemakkelijk in de toegepaste kunsten: ik wilde autonoom werken en miste inhoud en thematiek .

En ineens waren daar de ovens op het DRU terrein in Ulft en kwam mijn oude liefde voor boetseren boven. Mijn dilemma abstract versus realistisch kon ik daarmee overbruggen en ik zou mijn stoffen zelf kunnen toepassen in mijn eigen installaties.

Ik begon koppen te maken, de huid van klei te ontdekken, de agressieve, verleidelijke glans van glazuur in contrast met de poezelige, tactiele kant van textiel. Ik stopte de portretten in grote vazen water, waardoor ze vervormden en meer zeggingskracht kregen. Foto’s daarvan konden misschien op zichzelf staan?

Met stoffen mijn keramisch verhaal uitbreiden tot een groter monumentaal eindbeeld, dat wil ik!

Het voelt heel bevrijdend structuurdoeken uit het verleden nieuw leven in te blazen, ze te verharden, te verscheuren, onder te dompelen in cement en muurverf, ze onderdeel te maken van een nieuwe wereld .En wie weet kan ik mijn hang naar anthropomorfische vormen, uiteindelijk in stoffen realiseren.

Een poging daartoe vindt u in de inzending voor de textielfabriek in Bocholt in juni 2017: ”Moederdier”

Keramiek in Water

 

Vrouwenportretje 2017
Ondergedompeld portretje 20 cm hoog
Gebakken klei; Devil in disguise
Tekening op doek naar keramisch potret 3915
Gebakken klei 50cm hoog
Keramiek geglazuurd
Keramiek 30 cm lang
Schikderijtje 40×30 cm Kriegerdijk Aalten
Scherf, geglazuurd 30x30x20 cm
Stof gehard 120 cm hoog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *